De begrippen in deze woordenlijst zijn alfabetisch gerangschikt.
Voor een uitgebreide woordenlijst van algemene begrippen
gerelateerd aan internet of computers is het Internetwoordenboek
van Kennisnet een goede ingang.
Access Point
Een Access Point (AP) is een apparaat dat radiosignalen met
netwerkverkeer opvangt en deze verder verstuurt over een vaste
lijn. Het geeft iemand met een draadloze netwerkkaart dus
toegang tot een vast netwerk, zoals het internet. Access Points
worden vaak in één apparaat gecombineerd met
routers of switches: dit zijn de wireless routers die tegenwoordig
erg populair zijn.
Active Directory
De Active Directory is een database waarmee beheer van gebruikers
en toegang tot diensten en bestanden binnen Microsoft Windows
netwerken kan worden geregeld.
ActiveX
ActiveX is een verzamelnaam voor een aantal onderdelen, waaronder
het bekijken van PDF-bestanden in uw browser, zonder ze apart
te hoeven downloaden. Onder Active X vallen bijvoorbeeld ActiveX-controls,
maar ook Active Scripting en de Java Virtual Machine, de Java
“vertaler” waarvan Internet Explorer gebruik maakt.
Adware
Adware is een naam voor kleine programma's die (soms zonder
dat u het merkt) op uw computer worden geïnstalleerd.
Adware zit vaak bij gratis software. Adware kan pop-up advertenties
in beeld laten zien, maar wordt ook gebruikt om na te gaan
waar u zoal in geïnteresseerd bent op het internet. Alle
pagina's die u bezoekt, houdt het adware-programma bij. Deze
informatie kan vervolgens periodiek worden opgestuurd naar
een leverancier die deze informatie vervolgens weer gebruikt
om u gerichte reclame te sturen. Zie ook Spyware.
Afluisteren (sniffing)
Het onderscheppen en lezen van informatie, zoals bijvoorbeeld
e-mailberichten of gebruikersnamen en wachtwoorden. Afluisteren
wordt ook wel ‘sniffing’ genoemd. Met de opkomst
van draadloos internetten en zaken zoals Bluetooth is het
gemakkelijker geworden om te kunnen afluisteren omdat fysieke
toegang tot het netwerk niet meer nodig is. Om afluisteren
te voorkomen, kan versleuteling (encryptie) worden gebruikt.
Anti-virusprogramma
Een anti-virusprogramma controleert of uw computer besmet
is met een virus. Daarnaast controleert een anti-virusprogramma
ook of een virus is verborgen in een bestand dat u heeft gedownload
of een e-mailbericht dat u heeft ontvangen. Het anti-virusprogramma
kan op diskettes en harde schijven zoeken naar virussen, maar
ook herstellend optreden door het virus te verwijderen.
Backdoor (achterdeur)
Een backdoor wordt door hackers gebruikt voor een aantal zaken.
Oorspronkelijk was een backdoor letterlijk een achterdeur
in een computerprogramma, met opzet door de programmeur gemaakt.
Door zo'n achterdeur kan een programmeur altijd in de door
hem ontwikkelde programmatuur komen, ook als deze op andere
computers geïnstalleerd is. De term backdoor wordt nu
ook gebruikt voor een programma dat buiten medeweten van een
computergebruiker op zijn of haar computer geïnstalleerd
wordt, waarna aanvallers van buitenaf later toegang hebben
tot de computer.
Back-up
Een back-up is een ander woord voor een reservekopie van een
of meerdere bestanden dat bewaard wordt op bijvoorbeeld een
diskette of CD. Met een back-up voorkomt u dat u uw gegevens
verliest wanneer het oorspronkelijke bestand is beschadigd
of per ongeluk verwijderd.
Bestands- en printerdeling (file and printer sharing)
Bestands- en printerdeling is een optie in Windows die het
mogelijk maakt om mappen, bestanden en printers over een netwerk
beschikbaar te maken aan andere gebruikers.
Besturingssysteem
Zie Operating system.
Bluetooth
Een techniek waarmee apparaten, zoals bijvoorbeeld mobiele
telefoons, draadloos kunnen communiceren met andere apparaten.
Met behulp van Bluetooth is het op dit moment slechts mogelijk
om over een beperkte afstand draadloos te communiceren.
Bootsector
Diskettes en harde schijven bevatten een bootsector. Dit gedeelte
van de schijf wordt als eerst ingelezen door de computer wanneer
deze opstart. In dit gedeelte van de schijf zorgen speciale
programmaatjes ervoor dat een besturingssysteem kan opstarten.
Bootvirus
Een virus dat zich op de harde schijf nestelt in het deel
dat nodig is bij het opstarten van de computer, de bootsector.
Het gevolg is dat telkens bij het opstarten van de computer,
het virus geactiveerd wordt en eventueel schade kan aanrichten.
Bot
Het woord ‘bot’ komt van robot. Een bot is een
programma dat zelfstandig 'geautomatiseerd werk' kan uitvoeren.
Een bot kan heel onschuldig zijn, zoals zoekmachines bots
gebruiken om websites in kaart te brengen. Maar een bot wordt
echter ook gebruikt om andere, meer kwaadaardige handelingen
te kunnen uitvoeren op computers. Zo kan een bot creditcard-
of bankgegevens onderscheppen of een backdoor openen op uw
computer.
Botnet
Als uw computer is geïnfecteerd met een bot, maakt deze
vaak onderdeel uit van een grootschalig en wereldwijd botnetwerk.
Dit netwerk noemt men ook wel een botnet. Een persoon kan
een botnet vanuit een centraal punt op het internet besturen.
De besturing vindt meestal plaats via IRC (Internet Relay
Chat).
Broncode (source code)
Programma’s en besturingssystemen zijn oorspronkelijk
in een programmeertaal geschreven die voor mensen leesbaar
en begrijpelijk is. Dit wordt de broncode of ‘source
code’ genoemd. Computers kunnen deze broncode alleen
maar gebruiken wanneer de broncode is vertaald naar een taal
die begrijpelijk is voor een computer. Deze taal wordt ook
wel machinetaal genoemd.
Browser
Een browser is een programma waarmee pagina's (websites) op
internet bekeken kunnen worden. De browser zet HTML-pagina's
om in leesbare tekst. Er zijn verschillende browsers, zoals
Mozilla Firefox, Opera, Safari en Microsoft Internet Explorer.
Browser hijacking
Browser hijacking geschiedt door programma's en scripts die
instellingen van uw browser aanpassen, zoals homepage, standaardzoekpagina
of favorieten. Vaak met als doel u door te verwijzen naar
sex- en goksites, of geld te verdienen door het vertonen van
advertenties in popups.
Bug
Bugs zijn fouten in softwareprogramma's. Veel programma's
bevatten fouten. Dit komt mede doordat een programmeur geen
rekening kan houden met alle mogelijke combinaties die een
gebruiker kan kiezen in het programma. Als een programmeur
bijvoorbeeld een rekenprogramma maakt waarbij iemand in plaatst
van getallen letters invoert, kan het zijn dat het rekenprogramma
stopt met functioneren. Dit soort fouten heten bugs. Zo'n
bug wordt vaak met behulp van een update of hotfix door de
programmeur weer opgelost. Hij zorgt er dan bijvoorbeeld voor
dat het invoeren van letters niet meer mogelijk is.
Buffer-overflow
Een buffer-overflow is een fout in een programma of besturingssysteem
die mogelijk door een kwaadwillende persoon kan worden misbruikt.
Buffer-overflows worden vaak gebruikt om toegang te krijgen
tot een computer, zonder dat de eigenaar van de computer daar
iets van merkt. Ook wordt een buffer-overflow gebruikt om
een programma op een computer of de computer zelf vast te
laten lopen.
Chatprogramma
Chatprogramma is een populaire benaming voor een programma
waarmee direct met andere computergebruikers gecommuniceerd
kan worden. Bekende voorbeelden zijn: MSN Messenger, ICQ en
IRC.
Checksum
Een checksum (ook wel hash genoemd) is een controlereeks die
gebruikt kan worden om te controleren of een bestand of bericht
is gewijzigd. Een heel simpel voorbeeld van een checksum is
het volgende: stel u verstuurt een e-mail aan een kennis en
wilt er zeker van zijn dat niemand uw e-mail onderweg aanpast.
U zou dan het aantal woorden, het aantal klinkers en medeklinkers
in de e-mail kunnen tellen, en deze drie getallen onderaan
de e-mail kunnen vermelden. Als iemand onderweg woorden verwijdert
of toevoegt dan is dat te achterhalen. De grote zwakte van
deze checksum is natuurlijk dat het niet zo heel ingewikkeld
is om een andere bericht te maken met precies evenveel woorden,
klinkers en medeklinkers. In vakjargon heet dit een "collision".
Goede en betrouwbare methodes om checksums te maken moeten
dus in ieder geval zo in elkaar zitten dat het in de praktijk
onmogelijk is om collisions te maken. Het moet dus praktisch
onmogelijk zijn om aan de hand van een bestaande checksum
een bestand of bericht te kunnen maken dat dezelfde checksum
heeft. Als dit wel mogelijk zou zijn, dan kon iemand op gemakkelijke
manier een bericht of bestand aanpassen of vervangen zonder
dat dit door controle van de checksum aan het licht zou komen.
Checksums worden op verschillende manieren gebruikt: vroeger
werden simpele checksums veelal gebruikt om te controleren
of blokken gegevens over een modemlijn waren verzonden zonder
dat deze door ruis verminkt waren. Checksums worden tegenwoordig
veel gebruikt om documenten of berichten digitaal te ondertekenen.
Ook kunnen checksums gebruikt worden voor de controle van
de integriteit van bestanden op een computersysteem.
Client-Server
Client-server is een benaming voor een structuur achter een
computernetwerk waarbij diverse clients communiceren met één
of enkele servers. Een typisch voorbeeld van een dergelijke
structuur is te vinden bij het controleren van email. Een
computer die controleert of er nieuwe email is, legt verbinding
met een (centrale) server waar deze staat opgeslagen. Een
alternatieve structuur waarbij er niet één centrale
server is, wordt
peer-to-peer genoemd.
Codec
Een softwarecomponent waarmee bepaalde digitale mediatypen
bekeken of beluisterd kunnen worden. Omdat deze typen vaak
veranderen door betere compressietechnieken of verbetering
van de kwaliteit is het niet ongebruikelijk dat de gebruiker
gevraagd wordt een nieuwe codec te installeren om een bepaald
fragment te zien of te beluisteren. Criminelen maken hier
handig gebruik van om mensen te verleiden malware te installeren.
Configuratie
Een verzameling van instellingen van een programma of een
besturingssysteem. Configuratie heeft ook betrekking op de
samengestelde hardware.
Cookie
Een cookie is een klein bestandje dat door een website op
de harde schijf van een bezoeker aangemaakt kan worden. Dit
bestandje kan op een later moment door dezelfde website ook
weer uitgelezen worden. Cookies worden vaak gebruikt ter identificatie
van bezoekers van websites. Ze bevatten informatie als datum
en tijd van bezoek, alsmede namen van bezochte pagina’s.
Op de website van de Waarschuwingsdienst wordt een cookie
gebruikt met als enige doel om bij te houden of de bezoeker
de algemene voorwaarden al heeft gelezen.
Cracker
Term gebruikt voor mensen die de beveiliging van software
proberen te kraken. Met een geslaagde crack wil iemand aantonen
dat computerprogramma's nog lang niet veilig zijn. In tegenstelling
tot hackers hebben crackers vaak criminele bedoelingen
Crash
Het vastlopen van een computer of een computerprogramma noemt
men een crash. Dikwijls kan het vastgelopen computerprogramma
niet meer worden afgesloten en moet de computer worden uit-
en aangezet. Vaak is het een combinatie van software, hardware
en gebruiker die de computer laat vastlopen.
Database
Een database is de naam voor een bestand of verzameling bestanden
waarin gegevens gestructureerd zijn vastgelegd. Door de structuur
is het gemakkelijk om gegevens te vinden of statistieken en
overzichten te maken. Een bekend voorbeeld van het gebruik
van een database is bijvoorbeeld het bijhouden van een CD-collectie
in Microsoft Access.
Decryptie
Bestandsgegevens terugzetten die door middel van een speciale
code beveiligd zijn, zodat die gegevens gelezen kunnen worden.
Zie encryptie.
Defacing
Een aanvaller die zich toegang heeft weten te verschaffen
tot een webserver kan de bestaande webpagina's daar vervangen
door willekeurige andere. Anders gezegd: een website 'verliest
gezicht'.
Denial of Service (DoS)
DoS houdt in dat een computer continu 'aangevallen' wordt
door bijvoorbeeld e-mail of bepaald netwerkverkeer. Het gevolg
is dat de computer vastloopt of geen diensten meer kan leveren
aan gebruikers. Zo'n aanval kan ook door een groot aantal
andere computers tegelijk gebeuren. Dat heet Distributed Denial
of Service (DDoS).
DHCP
DHCP = Dynamic Host Configuration Protocol. Via deze techniek
is het mogelijk om een IP-adres aan een computer toe te wijzen
op het moment dat de computer zich op een netwerk meldt. Dit
kan handig zijn bij netwerken waarbij er meer computers zijn
dan dat er beschikbare IP-adressen zijn. Het wordt normaliter
niet gebruikt in combinatie met inbelverbindingen.
Download
Het binnenhalen van een bestand van een andere computer naar
uw eigen computer noemt men downloaden. Het bestand kan een
computerprogramma, tekst, beeld, video of geluid zijn.
Encryptie (versleuteling)
Door informatie te versleutelen, kan voorkomen worden dat
die informatie door onbevoegden gebruikt wordt. Dit is belangrijk
bij gevoelige informatie zoals gebruikersnamen en wachtwoorden
maar kan ook bij e-mails essentieel zijn. In de praktijk wordt
bij versleuteling vooral gebruik gemaakt van de public key
encryption methode.
Exploit
Met behulp van een exploit kan een kwaadwillend persoon misbruik
maken van een kwetsbaarheid in programma’s of besturingssysteem.
Een exploit is een klein programma waarmee iemand via een
kwetsbaarheid bijvoorbeeld toegang kan krijgen tot uw computer.
Exploits voor bekende kwetsbaarheden zijn soms ook makkelijk
te vinden op het internet.
File-sharing
File-sharing is de benaming voor het delen van bestanden,
over het algemeen in de context van peer-to-peer programma’s.
De term file-sharing wordt meestal gebruikt in combinatie
met het delen van bestanden via internet. Een andere vertaling
is bestands- en printerdeling en gaat over het delen van bestanden
via lokale netwerken.
File transfer
Kopiëren van bestanden via het netwerk.
Firewall
Een apparaat of programma dat, mits van voldoende kwaliteit
en goed geconfigureerd, bescherming biedt tegen een aantal
gevaren op internet. Een firewall zal alle netwerkverkeer
bekijken, en op basis van vooraf ingestelde regels bepalen
of het verkeer toegestaan is of niet.
Firmware
Firmware is de benaming voor software die standaard geinstalleerd
is op en meegeleverd wordt met bepaalde apparaten. De firmware
is nodig om het apparaat te laten functioneren. In moderne
TV's zit bijvoorbeeld firmware. Dat is de software die ervoor
zorgt dat de TV werkt en die bijvoorbeeld de menu's verzorgt.
Telefoons, routers en moderne auto's bevatten ook firmware.
Formatteren
Formatteren is het verwijderen van gegevens van bijvoorbeeld
een harde schijf of diskette, en deze daarna klaarmaken voor
nieuw gebruik.
Freeware
Gratis te gebruiken software. Soms gaat deze software gepaard
met adware of spyware.
FTP
FTP = File Transfer Protocol. FTP wordt op het internet gebruikt
voor het verspreiden van bestanden. Een internetgebruiker,
heeft vaak een programma op zijn of haar PC geïnstalleerd
dat verbinding kan maken met zogenaamde FTP-servers. Met behulp
van zo’n FTP-programma kunnen bestanden worden geplaatst
of gelezen van een FTP-server
Gedeelde map
Een gedeelde map is een map met bestanden die niet alleen
op een bepaalde computer, maar ook via een netwerk te bekijken
is. In bedrijven worden op servers vaak mappen gedeeld waarop
gezamenlijke bestanden staan.
Hacker
In positieve zin is een hacker een persoon die zwakke plekken
op computersystemen of software aantoont, zonder er verder
misbruik van te maken. In de volksmond zijn hackers mensen
die op systemen proberen in te breken. Dit zijn eigenlijk
'crackers'.
Hardware
Alle tastbare onderdelen van de computer, bijvoorbeeld: toetsenbord,
kabels, harde schijf, maar ook alle andere ICT-gerelateerde
apparaten zoals routers en hubs.
Hoax
Een hoax is een verzonnen probleem waarover meestal per e-mail
berichten worden verspreid. Denk bijvoorbeeld aan meldingen
over niet bestaande virussen of niet op waarheid berustende
mededelingen. Bijna altijd wordt gevraagd om het e-mailbericht
naar zoveel mogelijk mensen door te sturen (vergelijkbaar
met een kettingbrief) waardoor het gewenste doel wordt bereikt,
namelijk het overbelasten of platleggen van (mail)servers.
Er zal dus geen schade ontstaan door virussen, maar dergelijke
valse meldingen kunnen wel degelijk voor overlast zorgen.
Bovendien kunnen ze ertoe leiden dat echt belangrijke meldingen
niet serieus genomen worden.
Hotfix
Fouten in programma's worden meestal in een volgende versie
verholpen. Soms zijn de gevolgen van een fout zo ernstig,
dat niet gewacht kan worden op het uitbrengen van een nieuwe
versie. Er wordt dan een vervangend programma-onderdeel uitgebracht
dat alleen de fout herstelt. Dit vervangende programma-onderdeel
noemt men een hotfix.
Hotspot
Een publieke locatie (hotel, tankstation, etc.) waar, al dan
niet tegen betaling, draadloos toegang tot het internet verkregen
kan worden.
HTML
HTML = HyperText Markup Language, en is een verzameling codes
die gebruikt wordt om de opmaak van een tekst te beschrijven.
HTML wordt voornamelijk gebruikt voor de opmaak van webpagina's,
waarbij het de browser (bijvoorbeeld Netscape of Opera) is
die de opmaakcodes omzet in de uiteindelijke opmaak, zoals
dikgedrukte of schuingedrukte tekst.
Hub
Een apparaat dat het mogelijk maakt om meerdere PC’s
aan elkaar te koppelen binnen een netwerk.
Image
Met een image wordt over het algemeen een kopie van een originele
bron
bedoeld. Een voorbeeld is een image van een harde schijf.
Dit is een volledige kopie van de harde schijf van uw computer
in de vorm van een softwarebestand. Deze kopie wordt vaak
weer op een DVD- of CD-ROM geplaatst en gebruikt als back-up.
IMAP
IMAP = Internet Mail Access Protocol. Een protocol voor het
lezen van e-mail vergelijkbaar met POP3. Met IMAP kunt u echter
meer, zoals bijvoorbeeld het op trefwoord doorzoeken van berichten
terwijl deze nog op de mailserver bij uw provider staan. Bij
IMAP wordt de post tijdens het lezen bewaard op plaats waar
de mail binnenkomt (de mailserver) in plaats van dat alle
nieuwe mail wordt opgehaald door uw PC zoals bij het POP3-protocol.
IP
IP = Internet Protocol. IP is de basis van de techniek die
ervoor zorgt dat computers via het internet met elkaar kunnen
communiceren. IP wordt in combinatie met TCP of UDP gebruikt.
IP-adres
IP-adres = Internet Protocol-adres. Elke computer die is verbonden
met het internet heeft een uniek IP-adres. Een IP-adres is
vergelijkbaar met de combinatie adres en postcode. Het adres
en postcode is een unieke combinatie die gebruikt wordt om
bijvoorbeeld post te ontvangen. U gebruikt ook het adres en
postcode als afzender op brieven die u naar anderen stuurt,
zodat de ontvanger weet van wie de brief afkomstig is. Het
IP-adres van een computer wordt gebruikt voor communicatie
met andere computers. Wanneer u vanaf uw thuiscomputer via
een browser uw favoriete webpagina wilt bezoeken, maakt u
gebruik van het IP-adres van de thuiscomputer. Meer informatie
over IP-adressen kunt u hier vinden.
IRC
IRC = Internet Relay Chat, de elektronische babbelbox van
het internet. Een toepassing waarmee u direct kunt communiceren
met andere gebruikers op het internet. Door in te loggen op
een IRC-server kunt u met meerdere mensen tegelijk, of met
één netgebruiker apart, communiceren door getypte
boodschappen uit te wisselen. IRC bestaat uit zogenoemde kanalen
die ieder hun eigen onderwerp hebben zodat gerichte gesprekken
en/of discussies kunnen plaatsvinden.
IRC-Bot
Zie ook Botnets.
Een IRC-bot is een programma geschreven om een PC automatisch
te laten verbinden naar een IRC-server. Zo’n programma
kan na verbinding met een IRC-server worden aangestuurd door
de IRC-server voor het uitvoeren van bepaalde handelingen.
Als intentie zijn IRC-bots goed bedoeld maar tegenwoordig
wordt IRC-bot software vaak geïnstalleerd als onderdeel
van een worm om zo een aanvaller volledige toegang te geven
tot een besmet systeem via een IRC-netwerk.
Junkmail
Zie spam.
Kraken (inbreken)
Kraken is het ongeoorloofd inbreken in computers.
Het is vooral een veelgebruikte methode voor het raden van
wachtwoorden.
Keylogger
Een keylogger is een programma dat bijhoudt welke toetsen
een gebruiker aanslaat. Deze gegevens kunnen vervolgens via
internet of per e-mail onopgemerkt verstuurd worden met een
kwaadwillende. Keyloggers zijn een van de verschijningsvormen
van spyware
Kwetsbaarheid (vulnerability)
Een kwetsbaarheid is een zwakke plek in software of hardware,
over het algemeen veroorzaakt door een programmeerfout. Een
kwetsbaarheid kan misbruikt worden door een kwaadwillend persoon
om de software te laten crashen of om de acties uit te laten
voeren zoals het verwijderen van bestanden of toegang verlenen
tot een computer.
Man-in-the-middle aanval
Een aanval waarbij de aanvaller zich tussen een klant en een
dienst bevindt. Hierbij doet hij zich richting de klant voor
als de dienst en andersom. De dienst kan hier bijvoorbeeld
een internetwinkel zijn. Als tussenpersoon kan de aanvaller
nu uitgewisselde gegevens afluisteren en/of manipuleren.
Malware
Samentrekking van malicious (Engels voor kwaadaardig) en software.
Verzamelnaam voor slechte software zoals: virussen, wormen,
Trojaanse paarden, keyloggers, spyware, adware en bots.
Massa-mailer
Een massa-mailer is de benaming voor een virus dat zich verspreidt
door zichzelf naar een groot aantal e-mailadressen tegelijk
te versturen. Meestal worden de e-mailadressen op de geïnfecteerde
computer verzameld uit bijvoorbeeld het Windows-adresboek
of uit bestanden die op de computer aanwezig zijn.
MIME
MIME = Multipurpose Internet Mail Extensions. Oorspronkelijk
kon in e-mail alleen tekst worden verstuurd, en dus geen plaatjes
of programma's. Met behulp van MIME wordt een standaardmanier
gedefinieerd om bestanden die niet uit tekst bestaan om te
zetten in tekst zodat ze verstuurd kunnen worden, en bij de
ontvanger weer correct terug omgezet worden in het oorspronkelijke
bestand.
Online
Wanneer een gebruiker verbinding heeft met een andere computer
of met het internet. Door middel van een telefoonlijn met
modem of een ADSL-modem kunt u via een internet service provider
(zie provider) verbinding maken met het internet.
Operating System (besturingssysteem)
Basisprogramma van elke computer, waardoor de computer werkt.
De bekendste zijn basisprogramma’s zijn Microsofts MS-DOS,
WINDOWS 95/98/NT/2000/XP/Vista, UNIX, Linux (bijv. RedHat,
Suse, Mandrake) en Apple Mac OS X.
Partitie
Een partitie is een logisch gedeelte van een harde schijf.
Oudere bestandssystemen en besturingssystemen konden slechts
een beperkte hoeveelheid geheugen aanspreken. FAT16 is bijvoorbeeld
beperkt tot 2Gb. Om toch gebruik te kunnen maken van harde
schijven die groter waren dan de limieten, werden ze onderverdeeld
in logische delen. Deze delen worden partities genoemd.
Password
Wachtwoord om toegang te krijgen tot een bepaalde computer,
netwerk of website.
Patch
Letterlijk: lapmiddel of pleister. Deze term wordt gebruikt
voor reparatiesoftware, wijzigingen die direct in een programma
worden doorgevoerd om het desbetreffende programma te repareren
of te verbeteren. Een andere naam is 'hot fix' of - gebundeld
- een 'service pack' of 'update'.
Peer-to-peer of P2P
Peer-to-peer is een structuur achter een computernetwerk waarbij
elke computer een gelijke rol aanneemt: er is geen sprake
van één centrale server. Wordt ook wel afgekort
met P2P. De computers kunnen rechtstreeks met elkaar communiceren
en informatie uitwisselen. Vaak worden peer-to-peer netwerken
gebruikt voor het delen van bestanden met anderen. Bekende
voorbeelden van programma’s die gebruik maken van een
dergelijke infrastructuur zijn Kazaa en BitTorrent.
Phishing
Phishing ("vissen"), is een verzamelnaam voor digitale
activiteiten die tot doel hebben persoonlijke informatie aan
mensen te ontfutselen. Deze persoonlijke informatie kan direct
worden misbruikt voor het doen van bijvoorbeeld grote uitgaven
(in het geval van creditcardnummers) of voor wat in het Engels
"identity theft" wordt genoemd, het stelen van een
identiteit. In dit geval zijn bijvoorbeeld gegevens als sofi-nummers,
adressen en geboortedata nodig. Meer informatie kunt u hier
vinden.
Platform
Verzamelnaam voor een besturingssysteem en bijbehorende apparatuur.
Bijvoorbeeld: Windows-platform, UNIX-platform en Linux-platform.
Poort (Port)
Een poort is een gedefinieerd communicatiekanaal op een computer.
Aan beide zijden van het communicatiekanaal "luistert"
een programma op deze poorten of er iets is voor de toepassing.
Poort scan
Een scan van de poorten van een computer om snel een indruk
te krijgen van welke diensten een computer allemaal gebruik
maakt. Op basis daarvan kan een aanvaller bepalen welk soort
kwetsbaarheden kunnen worden om in te breken op uw computer.
POP3
POP3 staat voor "post office protocol" en is een
veel gebruikte methode om e-mail op te halen bij uw provider.
Privacy
In de Nederlandse Grondwet (artikel 10) is privacy omschreven
als het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer.
Privacy van informatie is de afwezigheid van informatie over
onszelf bij anderen en bovendien het verbod aan anderen om
zonder onze toestemming die informatie te verwerven. Privacy
met betrekking tot elektronisch zakendoen, is dus het recht
op informationele zelfbeschikking. Dit houdt niet alleen de
afwezigheid van informatie over onszelf bij anderen in, maar
ook het recht van ieder individu om zelf te bepalen welke
informatie over zichzelf hij ter beschikking stelt en welke
niet.
Programmacode
Een stuk tekst, geschreven in computertaal, die ervoor zorgt
dat een computer een bepaalde actie gaat uitvoeren.
Protocol
Een protocol is een afspraak over de eigenschappen van informatie
die tussen computers worden uitgewisseld. Zo maken alle internettoepassingen
gebruik van de protocollen TCP en IP.
Provider
Letterlijk: verschaffer of verlener, ook wel Internet Service
Provider of Access Provider. De provider biedt toegang tot
internet en zorgt ook voor uw persoonlijke brievenbus, voor
het verzenden en ontvangen van e-mail en het bewaren en versturen
van uw post. Daardoor hoeft uw eigen computer niet de hele
dag aan te staan.
Public key encryptie methode
Bij public key encryptie (versleuteling) wordt gebruik gemaakt
van een key pair (sleutelpaar). Een key pair bestaat uit een
public key en een private key. De public key mag iedereen
hebben en wordt gebruikt om een tekst te versleutelen. De
private key is geheim en alleen in het bezit van de eigenaar
van het key pair. Een tekst die versleuteld is met een public
key kan alleen met de bijbehorende private key weer leesbaar
gemaakt worden.
Register
Het register is een onmisbaar onderdeel van het Windows besturingssysteem.
In het register staat belangrijke informatie opgeslagen over
onder andere de programma's die geïnstalleerd zijn op
een computer, de instellingen van de gebruikers, en de hardware
die in de computer zit en op de computer is aangesloten.
Reply
Antwoord op een e-mailbericht. In een reply wordt vaak de
tekst van het oorspronkelijke bericht ingesloten.
Rootkit
Een rootkit is een verzamelnaam voor een aantal programma's
die gebruikt worden om illegaal toegang te krijgen tot een
computer en daar beheerdersrechten (root rechten) te verkrijgen.
De programma's kunnen onder andere worden gebruikt om een
backdoor te installeren of andere computers aan te vallen.
Een rootkit wijzigt de software op de aangevallen computer
zodanig dat detectie moeilijk is.
Router
Een schakelapparaat op de knooppunten in een netwerk zoals
het internet. Een router zorgt voor de verzending van gegevens
naar de juiste bestemming.
Routering
Bepaling welke route de pakketjes via de knooppunten van het
internet moeten nemen. Dit wordt gedaan door een router.
Scam
De term "scam" wordt vrij losjes gebruikt voor allerlei
soorten frauduleuze handelingen die erop gericht zijn om geld
van mensen afhandig te maken.
Script
Een script is een verzameling opdrachten voor een programma.
Scripts zijn geschreven in programmeertalen die over het algemeen
relatief gemakkelijk te lezen zijn. Met behulp van scripts
is het mogelijk om snel en makkelijk simpele programma's in
elkaar te zetten of simpele acties uit te voeren. Scripts
worden ook vaak in webpagina's gebruikt.
Script kiddies
Dit zijn hackers/crackers die met een minimum aan kennis in
staat zijn veel schade aan te richten door het gebruik van
programma’s (scripts) waarmee andere computers kunnen
worden bekeken en waarmee kwetsbaarheden kunnen worden misbruikt
om toegang te krijgen op een computer.
Secure Sockets Layer (SSL)
Een methode om via internet gegevens veilig uit te wisselen
tussen een website en uw browser. De gegevens, bijvoorbeeld
creditcardgegevens, worden, middels een "public key"
public key encryptiemethode versleuteld en gecodeerd, zodat
niemand anders op internet ze kan zien of volgen. Zodra u
op een website met SSL komt, waarschuwt uw browser daarvoor
(tenzij u deze instelling hebt uitgezet), en wordt er een
slotje of sleuteltje zichtbaar zolang de beveiliging werkt.
Server
Een computer die informatie levert (serveert). Wordt in relatie
tot internet vaak gebruikt als omschrijving van de computer
waarop websites staan (‘gehost’ worden). De term
server wordt echter ook vaak als afkorting voor een webserver
gebruikt, een computerprogramma. Dit kan nog wel eens verwarrend
werken.
Shareware
Software die gedurende een proefperiode gratis gebruikt mag
worden. Bij langer gebruik moet de gebruiker zich registreren,
meestal door aan de auteur een bepaald bedrag over te maken.
SMTP
SMTP = Simple Mail Transfer Protocol: internetprotocol voor
het verzenden en ontvangen van e-mail. Waar POP en IMAP het
lezen van e-mail vanaf een mailserver regelen, regelt SMTP
de verzending van e-mail over het internet.
Sniffing
Zie Afluisteren.
Software
Alle programma's die op een computer werken zoals de webbrowser,
tekstverwerker en spelletjes zijn software, maar ook het besturingssysteem
van uw computer. Standaard is er veel software geïnstalleerd
op een computer, maar het is ook mogelijk om extra programma's
(software) te installeren.
Source code
Computerprogramma in leesbare vorm. De source code (broncode)
bevat de programma-instructies zoals ze zijn beschreven door
de programmeur.
Spam
E-mail die in grote hoeveelheden en ongevraagd wordt verstuurd.
De inhoud van het bericht is verschillend en loopt uiteen
van reclame tot het verzoek voor een financiële bijdrage.
Bij spam gaat het niet om de inhoud van het bericht, maar
om het grote volume van e-mailberichten dat verzonden wordt.
Spamming
Spamming is het versturen van grote hoeveelheden van (ongewenste)
e-mail berichten.
Spoofing
Je voordoen als een ander. Iemand kan het e-mailadres van
een ander gebruiken als zogenaamd afzendadres, zodat de geadresseerde
in verwarring raakt. Deze methode kan handig zijn voor de
verspreiding van virussen, omdat de ontvanger zou kunnen denken
dat de afzender betrouwbaar is. Spoofing gebeurt ook op netwerkniveau,
veelal met het doel internetverkeer in de war te schoppen.
Spyware
Spyware is elke vorm van technologie die gemaakt is om informatie
over personen of bedrijven te verzamelen zonder dat die personen
of bedrijven daarvan op de hoogte zijn. Op het internet (waar
dit ook wel spybot of tracking software wordt genoemd), gebruiken
we de term spyware voor software die op uw pc wordt geplaatst
om vervolgens zonder dat u het weet informatie door te sturen
naar adverteerders of andere geïnteresseerden.
Switch
Een switch is een apparaat dat wordt gebruikt om verschillende
computers en randapparatuur met elkaar te verbinden binnen
een netwerk. Een switch stuurt gegevens rechtstreeks van de
ene poort naar de andere poort. Ethernet-switches zijn het
bekendst. Een standaard Ethernet-switch zorgt ervoor dat de
volledige bandbreedte tussen de poorten beschikbaar komt en
loopt daarna de rest van de verbindingen door, waardoor deze
allemaal de volledige bandbreedte krijgen toegewezen.
Top-level domain
Domeinaanduiding van het hoogste niveau. Het gedeelte achter
de laatste punt van een domeinnaam is het top-level domain.
De top-level domains zijn wereldwijd geografisch en naar organisatie
ingedeeld. Bijvoorbeeld: .com staat voor commerciële
bedrijven, .gov voor overheidsinstellingen en .edu voor scholen
en universiteiten. Over het algemeen volgen niet-Amerikaanse
organisaties de geografische indeling, zoals .nl voor alle
Nederlandse domeinen, ongeacht de aard van de organisatie.
Transmission Control Protocol / Internet Protocol (TCP/IP)
Verzamelnaam voor een aantal netwerkprotocollen waarop internetdiensten
gebaseerd zijn. IP is het fundamentele protocol, waarvan TCP,
en ook UDP (User Datagram Protocol) gebruik maken. TCP/IP
wordt beschreven door open standaarden en is onafhankelijk
van specifieke hardware.
Trojaans paard (Trojan horse)
Een programma dat vermomd is als een legaal, onschuldig programma,
maar daarnaast ongewenste functies uitvoert. Die functies
zijn bedoeld om bijvoorbeeld de maker of verspreider van het
programma ongemerkt toegang te geven of om schade toe te brengen
Uitloggen
Het afmelden van een (gebruiker op een) computer, oftewel
de verbinding verbreken.
UMTS
Universal Mobile Telecommunication System: Nieuwe mogelijkheden
van internet, internettoepassingen, video en televisie op
het gebied van mobiele telefoons, ook wel derde generatie
mobiele telefonie genoemd. Eigenlijk is UMTS niet meer dan
een serie afspraken die moeten leiden tot mobiele communicatie
met enorme snelheden.
Update
Leveranciers van programma’s en besturingssystemen brengen
geregeld updates uit om beveiligingslekken in software te
herstellen. Deze updates beschermen de gebruikers van die
software tegen mogelijke misbruik van de beveiligingslekken.
Uploaden
Het verzenden van een bestand van uw computer naar andere
computer noemt men uploaden. Het bestand kan een computerprogramma,
tekst, beeld, video of geluid zijn. Uploaden is het tegenovergestelde
van downloaden.
UPnP (Universal Plug and Play)
UPnP (Universal Plug and Play) heeft tot doel het gemakkelijk
en veelal automatisch instellen van apparatuur in een thuisnetwerk.
Een voorbeeld van UPnP is een webcam die je op je netwerk
aansluit en die zichzelf bij de ADSL-router bekend maakt,
waarna de webcam vanaf het internet te bereiken is. Een ander
voorbeeld is P2P-software die zelf onderhandelt met de firewall
om tot de juiste instellingen te komen. UPnP is handig, maar
niet erg veilig.
URL (Uniform Resource Locater)
Eenduidige plaatsaanduiding van een bestand, webpagina, programma,
dienst of iets willekeurig anders op het internet, waarin
naast de locatie ook het protocol vermeld is waarmee het bestand,
de webpagina, het programma, de dienst of dat 'willekeurige
anders' aangesproken kan worden. Vaak wordt de benaming URL
gebruikt om het webadres aan te geven, bijvoorbeeld http://www.waarschuwingsdienst.nl/.
Variant
De term variant wordt gebruikt om een kleine afwijking in
een virus aan te geven. Als een virus een variant is van een
ander virus, dan zijn de twee virussen ín grote lijnen
gelijk. De verschillen beperken zich meestal tot verschillen
in teksten van e-mails.
Virtual Private Network (VPN)
Virtual Private Network is een veilige manier om een verbinding
te maken met een netwerk of om twee netwerken aan elkaar te
koppelen over een publiek netwerk zoals het internet.
Virus
Een virus is een klein programma bedoeld om al dan niet stiekem
dingen te doen met een systeem waar de eigenaar niet om gevraagd
heeft of die u niet wilt. Soms blijft het bij 'onschuldige'
pop-up schermpjes, maar vaak zijn virussen erg gevaarlijk.
De instellingen van een computer kunnen compleet geruïneerd
worden, of de computer kan misbruikt worden om bijvoorbeeld
e-mail te sturen aan duizenden mensen of om privé-bestanden
klakkeloos te verspreiden. Virussen zijn er in vele soorten
en maten. De meest voorkomende virussen op dit moment richten
zich op Windows-computers, maar er zijn ook virussen die andere
systemen kunnen infecteren en beschadigen.
WAP
WAP = Wireless Application Protocol. Een techniek om mobiel
te kunnen surfen op internet. Dat kan alleen met speciale
WAP-telefoons. In een klein scherm kan niet alles van een
gewone website zichtbaar gemaakt worden. Daarom worden er
speciale WAP-sites ontworpen die men kan herkennen aan de
eerste drie letters: MMM in plaats van WWW. De huidige GSM-netwerken
vormen nog een belemmering vanwege de lage snelheid.
Wardriving
Het rondrijden met een voertuig, voorzien van een notebook
(laptop) met draadloze netwerkkaart, om plaatsen (hotspots)
te vinden waar gebruik gemaakt kan worden van een draadloos
computernetwerk (WiFi).
Warez
Warez is de verzamelnaam voor gekraakte software die via websites
op het internet aangeboden wordt. Soms wordt er een serienummer
meegegeven. Het betreft software waarvan de copyright geschonden
wordt en is dus illegaal.
Webbrowser
Zie browser.
Webserver
De webserver is een computerprogramma dat op verzoek van een
bezoeker van een website de bijbehorende internetpagina's
doorgeeft.
Website
Verzameling internetpagina's van een persoon, bedrijf of organisatie
met een eigen 'thuis'pagina (homepage).
WEP
Een oude en bekende beveiligingsmethode voor draadloze netwerken
is WEP (Wired Equivalent Privacy). WEP maakt gebruik van versleuteling.
De gebruikte versleuteling bevat echter zwakheden, waardoor
WEP tegenwoordig niet meer afdoende is als beveiliging. Een
draadloos netwerk dat beveiligd is met WEP kan door iemand
met kennis van zaken in een handomdraai worden gekraakt.
WiFi
Wireless Fidelity, een populaire vorm van draadloos netwerk.
WiFi kent een groot bereik, namelijk tussen de 30 (binnen)
en de 300 (buiten) meter. Een andere vorm van draadloos netwerk
is Bluetooth.
%Windir%
%Windir% is een variabele die de installatiefolder van Microsoft
Windows aangeeft. Standaard is dit C:\Windows of voor Windows
NT C:\Winnt.
World Wide Web (WWW)
Benaming voor de verzameling van alle websites, en alle hypertekst
verbindingen tussen die websites op het internet. Met een
browserprogramma op uw computer kunt u surfen over het world
wide web. Het www is in gebruik sinds 1991 en bedacht door
Tim-Berners Lee.
Worm
Een worm is een programma speciaal gemaakt om zichzelf te
verspreiden naar zoveel mogelijk computers. Een worm verschilt
van een virus; een virus heeft namelijk een bestand nodig
om zichzelf te verspreiden en een worm niet. Een worm heeft
niet altijd schadelijke gevolgen voor uw computer, maar kan
de verbinding wel langzaam maken.
WPA
WPA staat voor "Wi-Fi Protected Access" en is de
meest recente beveiligingsmethode voor draadloze netwerken.
Mits goed geconfigureerd wordt WPA algemeen gezien als behoorlijk
veilig. Met WPA zorgt u ervoor dat anderen geen toegang krijgen
tot uw netwerk en dat anderen uw netwerkverkeer niet kunnen
afluisteren. Er is een versie van WPA speciaal voor kleine
(thuis-)netwerken. Deze versie van WPA heet WPA-Personal of
WPA Pre-shared Key.
Zombie-computer
Als een computer geïnfecteerd is met een bot , dan wordt
er ook wel gesproken over een zombie-computer. De geïnfecteerde
computer vormt onderdeel van een botnet en staat als een 'zombie'
ter beschikking van een kwaadwillende.
|